‘In Overijssel zetten we in op verbinding, het heeft geen zin om vuur met vuur te bestrijden’

Artikel overgenomen van Movisie, auteur Bo Hanna

Jezelf zijn in provincie Overijssel

Ralph Kleinbussink en Ronald Bakker hebben beide ervaring met negatieve reacties op hun lhbti+ zijn. Dit heeft hen gemaakt wie zij zijn, en vanuit deze kracht zetten zij zich in om meer lhbti+ personen weerbaar te maken. Roze ouderen, lhbti+ jongeren en ook buurtbewoners worden geholpen door hun inzet voor lhbti+ emancipatie in Overijssel. Welke technieken werken volgens hen goed in Overijssel om te werken aan lhbti+ emancipatie? En hoe kijken zij naar de toekomst van lhbti+ organisaties?

Op vrijdag 14 oktober 2022 vindt het Congres Regenboogsteden 2022 plaats in Jaarbeurs Utrecht. Op deze dag komen vertegenwoordigers van alle gemeenten in Nederland, lokale belangenorganisaties, sociaal professionals en andere geïnteresseerden samen om over lhbti+ beleid te praten. Naar aanloop van dit congres publiceren wij een artikelenreeks om meer zichtbaarheid te geven aan de rol en invulling van de twaalf Regenboogprovincies. Deze keer spreken we met Ronald Bakker (45) en Ralp Kleinbussink (63) uit de provincie Overijssel, over wat zij doen voor de lhbti+ gemeenschap en hun eigen ervaringen als het gaat om jezelf kunnen zijn in hun provincie.
Hoe zetten jullie je voor lhbti+ emancipatie in?

Ralph: Sinds mijn zestiende ben ik al lid van het COC Deventer en momenteel ben ik actief als ambassadeur van Roze 50+. Daarvoor heb ik meegedraaid in verschillende werkgroepen. Ik heb het hele COC van voor naar achter gezien. Zo heb ik achter de bar gestaan bij COC-evenementen en zat ik jarenlang aan de informatielijn van het COC. Zelf ben ik sociaal gerontoloog; ik hou me zowel lichamelijk als sociaal bezig met het thema gezond ouder worden. Momenteel ben ik betrokken bij een aantal (zorg)projecten voor lhbti+ senioren, een kwetsbare en vaak vergeten groep. Hiervoor heb ik veel contact met zorginstellingen, waar ik onder andere voorlichting en trainingen geef over roze senioren zodat zorgmedewerkers rekening kunnen houden met en zich kunnen verplaatsen in de positie van lhbti+ ouderen. Sinds kort zit ik ook bij de ‘Adviesraad Sociaal Domein Deventer’ waar ik in het cluster ‘ouderen’ zit om advies te geven omtrent lhbti+ senioren. Ik zet me zowel landelijk als regionaal in voor Roze 50+. En in 2020 ben ik door de Stichting Roze 50+ benoemd als de landelijke Mr Senior Pride. Ik houd me dus voornamelijk met roze ouderen bezig, maar ik heb ook een tijdje bij de GGD gewerkt met lhbti+ jongeren.

Ronald: Samen met mijn vriend woon ik in Steenwijk, waar ik ben geboren en getogen. In mijn eigen gemeente probeer ik me dan ook in te zetten voor de lhbti+ gemeenschap. Zo ben ik voorzitter van Stichting Regenboog Steenwijkerland, een organisatie die het COC probeert aan te vullen, omdat er toch weinig voor de lhbti+ gemeenschap te doen is in deze regio. Daarnaast ben ik jarenlang vrijwilliger geweest bij het COC Zwolle en ben ik ook voorzitter van Rainbow Stam, een landelijke lhbti+ belangenorganisatie binnen Scouting Nederland. Ook ben ik betrokken bij Amsterdam Pride, waar ik me voornamelijk vanuit mijn werk bij scouting voor de jongere doelgroep inzet.

Als we alleen in de krant genoemd worden wanneer we slachtoffer zijn, dan stralen we ook uit dat we slachtoffers zijn.’

Wat zijn de specifieke uitdagingen voor de lhbti+ gemeenschap in Overijssel?

Ronald: Ik zeg altijd dat als je niet zichtbaar bent, dat je dan niet bestaat. Ik ben van mening dat wij ons als gemeenschap zeker moeten uitspreken, maar dat we goed moeten nadenken over hoe we dat doen. Zelf denk ik dat het belangrijk is dat we ook op een andere manier zichtbaar zijn dan nu in de media vaak het geval is. Als we alleen in de krant genoemd worden wanneer we slachtoffer zijn, dan stralen we ook uit dat we slachtoffers zijn. De vraag is een beetje: Hoe laat je van jezelf horen als lhbti+ gemeenschap? De ‘bulldozertechniek’ werkt niet altijd even goed, vind ik. Bij Stichting Regenboog Steenwijkerland kiezen we er liever voor om mensen die niet bekend zijn met de lhbti+ gemeenschap bij de hand mee te nemen. Op het moment dat iemand een verkeerde of beledigende opmerking maakt, dan duiken we er niet meteen bovenop om te straffen maar gaan we juist graag het gesprek aan met de persoon in kwestie om diegene bewuster te maken. Mensen zijn meestal heus wel bereid om te luisteren en naar zichzelf te kijken, je moet het uiteindelijk samen doen.

Ralph: Daar kan ik me wel in vinden. En ik vind dat eigenlijk wel typisch voor onze provincie en juist iets positiefs aan Overijssel. Ik ken Roze ambassadeurs uit andere provincies die vaker tegen gesloten deuren aanlopen dan dat wij hier doen, juist omdat we op verbinding inzetten. Hier word ik juist uitgenodigd door allerlei organisaties om naar hun evenementen te komen en dan zijn ze geïnteresseerd in wat het COC doet en hoe ze inclusiever kunnen zijn voor lhbti+ personen. Het heeft geen zin om vuur met vuur te bestrijden. Toen een supporter die naast me op de tribune zat laatst bij een voetbalwedstrijd ‘Hé, homo!’ riep tegen de voetballer van de tegenpartij, reageerde ik op een rustige toon met de vraag: ‘Heb je het tegen mij?’ Toen spraken we daar even over en was het klaar.

Ronald: Als het op lhbti+ geweld aankomt mag je wat mij betreft wél knetterhard zijn. Maar het heeft inderdaad geen zin om iedereen die met kwade opzet het woord ‘homo’ in de mond neemt met agressie te benaderen. Ik denk dat het meer zin heeft om mensen bewust te maken van wat ze doen en waarom het niet oké is om zomaar ‘homo’ te roepen of grapjes te maken over homoseksualiteit of trans personen. Daarnaast hamer ik erop dat wij ons als lhbti+ personen weerbaar moeten maken. Onbekend maakt onbemind, daar doe je niks aan. Maar meestal als mensen je leren kennen, accepteren ze je gewoon. Jezelf zijn begint bij jezelf, vind ik. Met mijn werk probeer ik lhbti+ personen sterker in hun leven te laten staan.

‘Helaas is niet iedereen even weerbaar. Daarom maak ik me in het bijzonder hard voor lhbti+ senioren.’

Ralph: Helaas is niet iedereen even weerbaar. Daarom maak ik me in het bijzonder hard voor lhbti+ senioren. 70-plussers zijn niet gewend om over seksualiteit en gender te praten en gaan wanneer ze hulpbehoevend en dus ook afhankelijk zijn vaak weer de kast in. Ze weten namelijk niet of ze geaccepteerd worden door de persoon die hen zorg verleent en zijn bang om zich uit te spreken.

Ronald: Dat is schrijnend. Dit zie je ook bij andere groepen die zorgbehoevend zijn, zoals mensen met een handicap. Het is knap lastig als je in een zorginstelling zit, en homo of lesbisch zijn maakt dat een stuk ingewikkelder. Daarom is het belangrijk dat het bewustzijn rondom deze lhbti+ thema’s in de hele samenleving groeit.
Wat zijn jullie eigen ervaringen zijn als het gaat om jezelf kunnen zijn in jullie provincie?

Ronald: Toen ik er zelf als tiener achter kwam dat ik op mannen viel, had ik geen rolmodellen of mensen om me heen die hetzelfde waren zoals ik. Ik kon me aan niemand spiegelen. Ik heb er dan ook vrij lang over gedaan om uit de kast te komen, omdat ik het niet meteen aan mijn omgeving durfde te vertellen. Ik was 21 toen ik het uiteindelijk aan familieleden en vrienden vertelde. Mijn familie van mijn moeders kant deed er niet moeilijk over, ze waren door andere familieleden al bekend met homoseksualiteit. De familie van mijn vaders kant deed er iets moeilijker over, dat was niet altijd even leuk. In Steenwijk heeft het jaren ook geduurd voordat ik me echt thuis voelde, omdat er niet altijd door anderen goed werd gereageerd op mijn coming-out. Door deze ervaringen zet ik me nu ook in voor lhbti+ emancipatie in de regio. Ik hoop dat het een stuk makkelijker wordt voor de volgende generatie om zichzelf te zijn, ook in Steenwijk. Nu heb ik als homo man nergens meer last van in Steenwijk. Noaberschap is een sociale verhouding die hier in de regio geldt: mensen kijken om naar anderen die ze kennen. Als je hier in kan mee kan komen dan doe je het dus goed. Toen ik via de media naar buiten trad om me uit te spreken voor lhbti+ emancipatie, vond ik dat ook spannend. ‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’ is namelijk ook een mentaliteit die hier heerst. Maar eigenlijk kreeg ik persoonlijk maar één homofobe opmerking van iemand die hier in een woongroep in de straat woont. De andere buren kwamen toen meteen voor me op.

Ralph: Ik ben geboren en getogen in Deventer. Daar heb ik geen leuke jeugd gehad omdat ik ben gepest omdat anderen mij ‘vrouwelijk’ vonden. Maar ik heb eigenlijk nooit in de kast gezeten, ik ben er door anderen uitgetrokken. Er werd op gehamerd dat ik homo zou zijn, terwijl ik me als jongeman niet per se met woord ‘homo’ associeerde. Toen ik voor de eerste keer met iemand meeging naar het COC en drong het besef echt door. Ik zag daar een jongen die ik leuk vond. Toen ging het balletje pas rollen en ben ik mezelf en mijn seksualiteit gaan ontdekken. Het is niet makkelijk geweest, maar uiteindelijk heeft het me wel gemaakt tot wie ik ben. Dat maakt dat ik nu zeg: Ik ben nergens bang voor.

Nu, jaren later, voel ik me hier zo geaccepteerd in de provincie, in mijn woonplaats Deventer en in mijn straat. Mensen kunnen vaak meteen zien dat ik homo ben, dus ik ben gewoon mezelf. Laatst stond ik op een feest tijdens Tractor Pulling vaten bier te tappen, en ik heb niets vervelends gehoord.
Zijn er voorbeelden van mooie initiatieven in Overijssel die je graag zou willen benoemen. En waar andere provincies misschien iets van kunnen leren?

Ronald: Ik ben er trots op dat we binnen twee jaar 40 vrijwilligers hebben weten op te trommelen in de gemeente Steenwijk om zich voor de lhbti+ gemeenschap in te zetten. Er was hier eerst niks en nu zijn er verschillende werkgroepen en initiatieven voor gelijkgestemden. Waar ik ook erg trots op ben, is dat we als Stichting Regenboog Steenwijkerland een manifest hebben geschreven over inclusiviteit in onze gemeente. Ons manifest is uiteindelijk ondertekend door alle politieke partijen in de gemeente Steenwijk– hoe mooi is dat.

Ralph: COC Deventer werkt enorm veel samen met het antidiscriminatiecentrum en de openbare bibliotheek. Samen organiseren we evenementen zodat je niet alleen je eigen kring, maar ook andere doelgroepen bereikt. Het is juist belangrijk dat mensen buiten onze kring leren over lhbti+ thema’s en ons leren kennen. De gemeente Deventer werkt graag mee aan projecten en die welwillendheid is te prijzen.

‘Ik hoop dat we over tien jaar niet enkel geaccepteerd worden maar ook gerespecteerd. Want acceptatie kan in principe ook voorwaardelijk zijn.’

Waar hopen jullie dat Overijssel over tien jaar staat als het om lhbti+ emancipatie gaat?

Ronald: Ik hoop dat we over tien jaar niet enkel geaccepteerd worden maar ook gerespecteerd. Want acceptatie kan in principe ook voorwaardelijk zijn. Ik heb daarom liever dat mensen mij respecteren. En ik hoop dat al die belangenorganisaties voor de lhbti+ gemeenschap over tien jaar niet nodig zijn. Maar zolang het wel nodig is, is het belangrijk dat iedereen ons weet te vinden en dat we door blijven gaan met wat we doen om voor onze belangen op te komen.

Ralph: Ik hoop dat het COC over tien jaar een soort vakbond is, die gevraagd en ongevraagd advies kan geven aan bijvoorbeeld zorginstellingen, woningbouwverenigingen, sportverenigingen en gemeenten. En dat het geen gunst meer is dat we aanwezig zijn, maar dat het een vanzelfsprekendheid is dat wij erbij zitten. Sterker nog: ik vind dat het een vereiste moet zijn dat er oog is voor de lhbti+ gemeenschap.

Bron en foto: Movisie

Dit artikel is onderdeel van de 12-delige reeks ‘Jezelf zijn in de provincie’. In deze artikelenreeks gaat journalist Bo Hanna in elke Regenboogprovincie in gesprek met inspirerende personen en initiatieven die allen een bijdrage leveren aan de emancipatie van lhbti+ personen. Alle Nederlandse provincies hebben zichzelf inmiddels uitgeroepen tot Regenboogprovincie, in navolging van de tientallen Regenboogsteden en gemeenten.

Spread the love
Campagne Roze50+

Roze50+ zoekt ambassadeurs, interesse klik hier